Het was mij dus duidelijk dat ik echt toe was aan een adempauze. Alleen de dagen dagbehandeling waren niet genoeg. Mijn man moest echt ergens zonder mij heen. Maar oh, wat was dat een moeilijke beslissing! Als ik zelf geen excuses bedacht (de zorg is niet stabiel genoeg, we moeten naar het ziekenhuis, ik heb andere afspraken, het kan vast niet goedgaan etc.) had mijn man wel een fysieke terugslag of een andere vorm van weerstand tegen elke vorm van respijtzorg die ik ook maar voorstelde.
Uiteindelijk nam ik de extreme beslissing om zonder het hem te vertellen een kort probeerverblijf voor hem te boeken in een zorghotel waar lotgenoten uit de patiëntenvereniging goede ervaringen mee hadden: Groot Stokkert, in Wapenveld, Gelderland. Eén van de lotgenoten vroeg speciaal voor mij de naam van de zorgcoördinator, zodat ik van tevoren kon bellen om na te vragen of ze echt wel alle zorg zouden kunnen leveren die man nodig zou kunnen hebben. Maar dan nog weet je niets zeker, je moet het gewoon proberen. Alhoewel ik veel kritiek kreeg voor de beslissing het achter de rug van mijn man om te doen, wist ik zelf dat als mijn man ervan zou weten dat ik ging boeken, er weer iets zou gebeuren waardoor het niet door zou kunnen gaan. Als ik zou moeten wachten tot hij er aan toe zou zijn, zou ik al zóver over mijn grenzen zijn gegaan dat een paar dagen, of zelfs een week, niet meer genoeg zou zijn om op adem te komen. Pas een paar dagen van tevoren vertelde ik het hem. Natuurlijk was hij boos, maar dat was ook weer heel snel over.
Ik schreef een heel gedetailleerd zorgplan, met alles wat nodig was compleet uitgeschreven. Ik maakte een hele lijst van alles wat hij nodig zou kunnen hebben, zodat ik dat mee kon nemen. Ik zette extra beltegoed op zijn mobiel zodat hij mij zou kunnen bellen als hij me nodig had. Trillend van de zenuwen zat ik uiteindelijk in de auto naar Wapenveld. Op zo’n moment is die rit wel erg lang! Na een hele lange stilte zegt mijn man opeens tegen mij: Je wilt dus van me af. Dat gaf mij nogmaals de kans om hem uit te leggen dat ik het juist nog 25 jaar wil volhouden om voor hem te zorgen, maar dat ik echt behoefte had aan een klein beetje tijd voor mezelf. Op zich begrijpt hij dat wel, maar hij vindt het ook wel erg prettig dat ik voortdurend alle touwtjes in handen heb. En ik weet natuurlijk precies hoe hij alles wil hebben. Het laatste stuk van de route voert door het bos. Als hij begrijpt dat dit de omgeving is waar hij een paar dagen gaat doorbrengen merk ik dat mijn man gaat ontspannen en er naar uitkijkt te zien hoe Groot Stokkert er uit ziet.
Eenmaal bij het hotel aangekomen verbazen we ons allebei door de rust die uitgaat van de omgeving. Ondanks het feit dat het november is en dus niet zulk warm weer straalt de open plek in het bos gewoon rust uit. In het hotel worden we heel vriendelijk ontvangen. In het grand café komen de kok en iemand van de zorg met ons praten over zijn wensen. Dan gaan we de kamer bekijken. De gangen zijn heel ruim, en bij bijna alle deuren staat een scootmobiel op te laden. Toch ziet het er meer uit als een hotel dan een zorginstelling. Op de kamer neem ik met één van de hulpverleners het zorgplan door en laat ik een paar trucjes uit de zorg zien (hoe de prothese aan gaat, hoe hij met behulp van een beugel gaat staan etc.). Ter afronding ga ik nog een kopje koffie met hem drinken, maar dan ga ik ook echt weg. Al voor ik in de auto zit lopen de tranen me over de wangen. Het is (buiten de periodes in het ziekenhuis) immers de eerste keer dat ik hem achterlaat sinds ik hem uit het verpleeghuis haalde. Oh, wat voel ik me schuldig! Vandaar ook dat de grapjes als ‘doe je hem naar de kennel’ uit mijn familie als bijzonder kwetsend overkomen.
De vriendin bij wie ik ga logeren begrijpt het gelukkig. Ik breng een paar ontspannende dagen bij haar door. Even niet zelf hoeven koken. Even zelf besluiten wanneer je naar bed wilt, of wanneer je op wilt staan. Even geen last van de agenda’s van anderen. Even een hele avond op de bank kunnen zitten. Tv-kijken, of een boek lezen. Normaal gesproken, als hij thuis is en ik een middagje de deur uit, belt mijn man wel een paar keer op om te vertellen hoe het gaat. Dit keer belt hij helemaal niet, dus langzamerhand ga ik me daar wel zorgen over maken. Later blijkt dat hij per ongeluk de mobiel heeft uitgezet en geen idee heeft hoe hij hem weer aan moet zetten!
Na drie nachten rijd ik weer terug naar Wapenveld om hem op te halen. Hij zit al in de hal op me te wachten. Vol met verhalen hoe leuk het is geweest. Eerst de bagage weer inpakken, dan ga ik iemand van de zorg zoeken om te horen hoe het gegaan is. Volgens hen heeft hij vooral op zijn kamer gezeten. Hij vindt het al snel best, zeggen ze. We drinken nog wat en dan gaan we weer naar huis. Als ik nog eens ongerust vraag: het was dus wel prettig? Zegt hij: heerlijk, wanneer mag ik weer! Gelukkig zegt hij ook nog een paar keer hoe hij mij gemist heeft, en dat het toch wel fijn is dat we nu weer samen zijn.
Voor mij was drie nachten eigenlijk te kort. Ik begon er pas net aan te wennen dat ik niet de hele tijd van alles hoefde, uit de ‘zorg-mode’. Maar zonder de zekerheid dat het hem beviel was dat ook wel moeilijk. Nu ik die zekerheid wel had, kon ik een langere periode gaan plannen, in overleg met hem. Ook een periode waarin hij geen beroep op mij zou kunnen doen, omdat ik zelf verder weg zou gaan. Die periode boekten wij voor een half jaar later, eind mei. Ik hoopte ook dat de wond op zijn voet dan genezen zou zijn, zodat hij geen wondverzorging nodig zou hebben. Hij kon wel drie dagen zonder wondverzorging, maar geen week. En met de slechte ervaringen die ik daarmee had, wilde ik de wondverzorging ook eigenlijk niet meer uit handen geven.
Mede ‘dankzij’ een lange koude winter was de wond echter niet dicht toen hij de tweede keer naar Groot Stokkert ging, dus moest ik het zorgplan uitbreiden. Het grote verschil was wel dat hij er dit keer zelf naar uitkeek. Ik liet hem dus iets makkelijker achter. Hij had ook allerlei grootse plannen over wat hij zou gaan doen. Hij was zelfs van plan om de bossen rond het hotel te gaan verkennen. Er zijn immers geasfalteerde bospaden. Ook had hij een tas vol met boeken meegenomen om te lezen. Met de nog open wond was het zwembad nog geen optie.
De extra instructies en oefenperiodes met de mobiele telefoon mochten niet baten, ook dit keer belde hij niet. Ik ging zelf een paar dagen op een rustige plek met een vriendin op vakantie. Pas bij thuiskomst vond ik een boodschap op de voicemail of ik hem met spoed wilde bellen. Hij had hulp gevraagd bij de receptie omdat hij de mobiel weer niet aan de praat kreeg en daar had men hem verteld dat ons nummer thuis het enige telefoonnummer was dat ze hadden (ik had mijn mobiele nummer op verschillende plaatsen achter gelaten…..) en ik was niet thuis, dus had ook niet terug kunnen bellen. Achteraf bleek dat de zorg het uitgebreide zorgplan teveel vond om door te lezen, dat ze afweken van de afspraken en dat had hem in verwarring gebracht.
Zelf was ik ook alweer mijn ontspannen gevoel kwijt, dat ik in drie dagen vakantie had opgebouwd. In de auto op weg naar huis van de vakantie hoorde ik op het nieuws dat de Staatssecretaris plannen had het PGB af te schaffen. En op het PGB steunde juist het hele leven dat wij de afgelopen jaren weer hadden opgebouwd. De problemen rondom de zorg kwamen hier bovenop. Niet erg gunstig voor mijn gemoedsrust! Ik was nu weliswaar niet in ‘zorgmode’ maar wel in ‘vechtmode’. Toch probeerde ik nog te genieten van een paar dagen zonder zorgen in ons eigen huis, met leuke uitstapjes met mijn vriendin overdag.
Al snel waren ook die dagen weer om en gingen we mijn man weer ophalen. Dit keer was er niemand van de zorg te vinden voor de overdracht. Ik had gevraagd of zij ook iets in onze map wilden schrijven voor overdracht naar de zorg thuis. Dat was niet gebeurd. Zo kwam ik al snel ook enkele andere dingen tegen die niet gebeurd waren (en wel in het zorgplan stonden). Het ergste ervan vond ik echter wel dat de wondzorg maar één keer was gedaan (in plaats van de afgesproken 3 keer). Bovendien zat het verband niet over de wond, maar over zijn hiel. Hij had waarschijnlijk geklaagd over pijn in zijn hiel, omdat ze zijn been niet goed in de beenlade hadden gelegd. De wond, die voor hij wegging tot een mm na dichtwas, was nu weer bijna een cm groot. In 1 week was de wondgenezing maanden teruggevallen. Ik was niet blij. Mijn man had gewoon weer genoten van zijn tijd op Groot Stokkert, heerlijk ontspannen. Genoten van de vriendelijke mensen om zich heen, even rust zonder dat hij van alles moest. Niet dat hij iets gedaan had van de dingen die hij van plan was.
Nu was ik op dat moment heel druk met alles wat er gebeurde rondom het PGB, dus het kwam er niet van om ook een klacht naar de organisatie te sturen. Wel gaf ik ruim een maand later gehoor aan een oproep van Mezzo om iets over mijn ervaringen met respijtzorg op hun nieuwe respijtwijzer te plaatsen. Ik was dus aangenaam verrast toen ik enkele weken later door de zorgcoördinator van Groot Stokkert werd gebeld, die mijn melding op de respijtwijzer als klacht opgepakt had. Zij had al een en ander nagevraagd. Wij hebben een goed gesprek gehad en afspraken gemaakt om een en ander voor een eventuele volgende keer te voorkomen. Zij kon zich natuurlijk voorstellen dat de drempel om nog eens te gaan weer een stuk hoger was geworden. Maar de afspraken hebben voorlopig weer iets van vertrouwen gegeven. Genoeg om voor dit jaar weer te boeken.